Klimaatinclusief landschapsontwerp

Laatst bewerkt op: 28-09-2020

Wat houdt het in

Ook in de landschapsarchitectuur liggen kansen om bij te dragen aan het vergroten van de CO2-vastleggingscapaciteit van een gebied. Door in de ontwerpfase van een nieuw in te richten gebied, naast natuur, recreatie en esthetiek, ook klimaat als belangrijke waarde in de afwegingen mee te nemen, kan in nieuw in te richten landschappen gericht aan de klimaatprestatie van het gebied worden bijgedragen. Dit betekent dat in de ontwerpfase gericht wordt gekozen voor landschapselementen die een hoog CO2-vastleggingspotentieel hebben en/of een grote substitutiewaarde zullen hebben. Verder kan er bij de aanleg van infrastructuur rekening gehouden worden met mogelijke oogst van biomassa. Daarnaast kan wordengestreefd naar weerbare landschapselementen door hier in de soortenkeuze, -samenstelling en structuur rekening mee te houden. Tenslotte kan er gericht worden gekeken hoe er met de te realiseren landschapselementen een bijdrage kan worden geleverd aan klimaatadaptatie.

Bijdrage aan klimaatmitigatie

Met name bomen en bossen scoren hoog op het gebied van mitigatie. Dankzij hun grote volume en lange levensduur (in tegenstelling tot kortlevende planten, waarbij de opgeslagen CO2 snel weer vrijkomt) kan tijdens de groei veel CO2 worden vastgelegd. Daarnaast kan het hout dat geproduceerd wordt bijdragen aan langere CO2-vastlegging in producten en het vermijden van emissies door het gebruik van andere materialen en fossiele brandstoffen. Door al in de ontwerpfase rekening te houden met zowel groei-eigenschappen van de bomen, de toepasbaarheid in producten, als met de toekomstige exploitatie (bereikbaarheid van met name landschapselementen) kan de klimaatbijdrage worden geoptimaliseerd.

Bijdrage aan klimaatadaptatie

Door in het landschapsontwerp gericht te sturen op landschapselementen met een diverse structuur, zowel in soorten als in gelaagdheid van leeftijden en groeivormen, kan ervoor gezorgd worden dat er een landschapsontwerp gerealiseerd wordt dat weerbaar is tegen de gevolgen van klimaatverandering. Een divers en structuurrijk landschap is in staat om bijvoorbeeld de gevolgen van soortgerichte ziekten en plagen beter op te vangen. Als de ene soort wordt aangetast, vullen andere soorten de vrijkomende ruimte op en blijft het landschapselement in stand.

Naast klimaatadaptatie van het landschapselement zelf, kan de beplanting ook bijdragen aan klimaatadaptatie van de omgeving. Een groenere omgeving is bijvoorbeeld beter in staat om heftige neerslagen te verwerken dan een versteende omgeving, waardoor neerslagpieken minder gevolgen hebben voor de omgeving. Met name bomen zijn hier goed in. De neerslag wordt opgevangen door het kronendak, waar vanuit een deel weer verdampt en een ander deel gedoseerd via het blad naar beneden druppelt of via de stam naar de grond wordt geleid. De soortentabel geeft een beeld van de opvangcapaciteit van verschillende boomsoorten. Over het algemeen hebben grotere bomen, met een dichte en jaarrond groene kroon en een reliëfrijke stam (weinig afvoer via de stam) de grootste opvangcapaciteit. Douglas heeft bijvoorbeeld een hoge opvangcapaciteit. Soorten als vlier, grijze els of boomhazelaar hebben een lage opvangcapaciteit.

Ook biedt een groene omgeving meer verkoeling tijdens warme dagen dan een versteend gebied. Met name bomen, maar ook heesters, zijn dankzij de schaduwwerking van hun kroon en verdamping via het blad goed in staat om verkoeling te bieden op hete dagen. Daarbij zijn grotere bomen, met grotere en bredere kronen hier beter toe in staat dan bomen met smallere en meer open kronen, zoals is te zien in de soortentabel. Zo zijn bijvoorbeeld beuk, eik, linde, populier en esdoorn soorten die een grote schaduwwerking hebben en daarmee goed in staat zijn in het reduceren van hitte op warme dagen. Soorten als gewone vlier, ginkgo biloba of boomhazelaar hebben daarentegen door hun meer open kroon een mindere schaduwwerking.

Daarnaast kunnen bomen met hun blad emissies uit de lucht filteren, zoals bijvoorbeeld fijnstof, stikstof, ozon of CO2. Met name bomen, met hun grote bladoppervlak, kunnen hiermee een zuiverende bijdrage aan de omgeving leveren. In de soortentabel staan deze wegvangcapaciteiten van verschillende boomsoorten weergegeven.

Kosten en baten

Door in de ontwerpfase al expertise mee te nemen over klimaatmitigatie en -adaptatie zullen de kosten in enige mate toenemen. Baten zullen op termijn vooral indirect zijn, vooral door een mogelijk efficiëntere exploitatie (oogst en landschapsonderhoud), opbrengsten uit biomassa en hout, kleinere risico’s op wegvallen van de beplanting door onverwachte gebeurtenissen (bijvoorbeeld plagen of ziektes), maar ook door bijdragen aan het bufferen van neerslagpieken, temperen van temperatuurextremen en het verbeteren van de luchtkwaliteit. Deze effecten bieden wellicht ook aanknopingspunten voor het verkrijgen van subsidies.

Overige effecten

Bij een landschapsontwerp moet het effect van het ontwerp op biodiversiteit een integraal onderdeel zijn van de procedure. Het inpassen van meer bos en landschapselementen heeft mogelijk een positief effect, vooral door het creëren van een grotere diversiteit aan leefomstandigheden en doordat bestaande elementen beter verbonden worden. Wel moet goed worden gekeken dat bestaande biodiversiteit niet aangetast wordt.